poëzie, schrammenlogboek

schrammenlogboek 20211023

gisterenavond poëtische peepshow in de bib van turnhout. select publiek, maar mooie dingen gezien en gehoord van o.a. runa svetlikova & nele nu(e). de terugrit was er een van het type die rust in lijf & hoofd brengt: nacht, wat regen en een achtergrond van mellow jazz.
sinds vandaag zijn ze klaar: de (vier) gedichten voor de foto-expo waar ik de voorbije weken aan werkte. binnenkort zijn ze te lezen/zien in aalst en, als ze er pap van lusten, misschien in een van de tijdschriften die ik beeld & tekst ga bezorgen.

Standard
schrammenlogboek

schrammenlogboek 20211015

ik zie twee redenen waarom relaties met dichters zo vaak zo lastig zijn.
één: des dichters karakters zijn wel eens aan de lastige/intensieve/gecompliceerde/getroebleerde kant
twee: heel wat mensen die in een relatie met een dichter stappen gaan er vanuit gaan dat poëzie iets is waar hun partner zich alleen tussen de soep en de patatten mee bezig zal (willen) houden; ze beseffen niet dat de poëzie, idealiter, 24/7 onverdeelde aandacht moet krijgen. ze willen hun aandacht nog wel delen met de kinderen en een handvol kameraden, eventueel zelfs nog met een andere vrouw, maar poëzie? nee, dan moet het maar es ophouden met de gekkigheid!

opnieuw veel tijd op knieën, buik en rug doorgebracht in de hoop de openingen in de bureaus en kasten dicht en ‘kitten proof’ te maken. het zijn koppige en slimme dieren, maar ze houden mij wel van mijn focus af op deze manier.

vanavond vrienden op bezoek. misschien vannacht de stellingen voor een nieuw gedicht nog opbouwen.

Standard
schrammenlogboek

schrammenlogboek 20211014

“kinderen hebben verplicht je tot het preken van de hoop”, schreef leonard nolens op vrijdag 29 juni 1984 in zijn dagboek.
een waarheid als een koe en een zware, lastige plicht die ik naar best vermogen vervul. tegenwoordig lukt me dat stukken beter dan in de jaren voor de ochtend van 23 juli 2018 […] het was de ochtend waarop ik besliste om weer beter voor mijzelf te gaan zorgen en de twee ‘hulpmiddelen’ waarmee ik mijn leven vergiftigde te bannen door een punt achter mijn huwelijk te zetten en te stoppen met drinken. wat kan 90 kilo vleesgeworden cynisme met een drankmisbruikprobleem zijn zonen bieden, namelijk?

ruim drie jaar later ben ik nog steeds niet echt een zonnetje in huis – was ik ook nooit echt voor zover ik me kan herinneren – maar ben ik wel weer trots op de man en de vader die ik, met al mijn goeie en minder goeie kanten, weer geworden ben. dat ik aan mijn zonen merk dat ook zij merken dat ik een ander/beter mens ben in vergelijking met 3 jaar geleden, doet me soms wenen van geluk.

iemand vroeg me gisterenavond nog waar ik gelukkig van word.
dat dus, bijvoorbeeld. maar sinds ik, alweer bijna 2 jaar ondertussen, weer op mezelf woon, sinds er weer letterlijk en figuurlijk ruimte voor gevoelens is en de emotionele permafrost van mijn huwelijk beetje bij beetje kon ontdooien, kan ik weer bij de kleinste dingen geluk ervaren. gedichten of muziek die mij tot tranen toe ontroeren. maar ook banale dingen als hoffelijkheid in het verkeer of een ordinair vriendelijk gebaar voor of van vreemden kunnen mij helemaal doen opgloeien vanbinnen.

de kittens boris en flora blijven nog bang en schuchter. het liefst van al verschuilen ze zich achter of in de lades van de twee antieke bureaus in mijn bibliotheek. ik probeer hen op 1001 klunzige manieren – deze dichter heeft 2 linkerhanden, afplaktape en karton van de dozen waarin hun kattentoren en -bak geleverd werden als instrumentarium – de toegang tot de gaten aan de onder- en achterkant van die bureaus te ontzeggen. niet dat ik hen een rustig plekje wil ontzeggen, maar het angstzweet loopt me koud over de rug bij het idee dat ik in een verstrooid moment een lade opentrek zonder eerst te checken of er geen kitten in zit en, in een vloeiende beweging, een kattenkopje afruk of -nekje breek. dus lig ik, voor mijn eigen gemoedsrust, een halve dag op mijn rug te kreunen en te puffen onder de bureaus in een poging mijn beste klusjesman neer te zetten. waarna de kittens zich door nog andere openingen in huis in de kast met de stereo en de kast van de elektriciteitsmeter murwen zodat ik een derde kartonnen doos in stukken moet verknippen om ook die plekken ‘kitten proof’ te maken.

de schrijfplannen voor de namiddag hebben enigszins geleden onder zoveel doe-het-zelverij, maar ik denk dat het “uit het bloed van rozen”-gedicht ondertussen voor 98% op punt staat. bij de drie andere gedichten die ik al schreef voor de expo van michael troffaes zette ik wat laatste puntjes op de i.

gisteren was het vijf jaar geleden dat dichter en poëziemakker derrel niemeijer overleed.
vandaag gedacht aan koenraad goudeseune die vorig jaar rond deze tijd terminaal ziek was en besloot zelf het einde te bepalen – dat kwam er ondertussen alweer ruim 10 maanden geleden. in februari 2022 verschijnen zijn ‘nagelaten gedichten’. zelf heb ik nog steeds in mijn achterhoofd het plan opgeborgen om ooit iets met zijn vroege en/of onuitgegeven – ik moet ‘t nog precies uitpluizen, maar volgens mij zijn er genoeg om een degelijke bundel te vullen – gedichten te doen.
zijn laatste woorden aan mij gericht zijn een opdracht die ik met plezier en hopelijk met verve zal volbrengen.

Standard
schrammenlogboek

schrammenlogboek 20211013

vannacht héél intens gedroomd: zware, diepgaande gesprekken met een mannelijke psycholoog aan een grote witte, smeedijzeren tafel in een nazomertuin in het zuiden van frankrijk. naarmate de gesprekken vorderden nam de therapeut meer en meer de vorm van mijn vader op jongere leeftijd aan. wakker geschrokken toen ik ‘besefte’ dat ik tegen mijn jongere vader over mijn jongere vader bezig was – zuig daar een punt aan, freud. op dat eigenste ogenblik kwamen mijn eigen zoon mijn slaapkamer binnen om te zeggen dat hij een nachtmerrie had.

vanavond lees ik (nolens & een catalogus uit 1978 van een expo in de king’s library met werken uit de ‘officina bodoni’ in verona) en schrijf ik verder (aan het “uit het bloed van rozen”-gedicht). tegen midden volgende week – zondag ten laatste – wil ik namelijk mijn kleine cyclus voor de expo van MiTro klaar hebben.

Standard
schrammenlogboek

schrammenlogboek 20211012

aan dagelijks schrijven kom ik nog steeds niet toe. ik probeer me daar zo weinig mogelijk in te frustreren.
het afronden van ‘op de rand van het zwijgen’ viel samen met de beslissing een punt achter mijn huwelijk te zetten, het beginnen aan ‘schrammenschrift’ valt samen met het einde van mijn recentste relatie. vinkenoog was wel 6 keer getrouwd, sus ik mezelf.
buiten was het koud en grijs. binnen lagen alle platen van bill callahan en de versregels “uit het bloed van rozen / zijn mijn aderen getrokken” klaar om mij door deze tweede vakantie- en eerste schrijfdag te gidsen.


schrijven vroegtijdig onderbroken om de gezinsuitbreiding op te pikken in diest: boris & flora houden mij voortaan gezelschap in huis als ik mezelf weer es zit wijs te maken dat bundel 1 een toevalstreffer was en het geen tweede – laat staan derde, vierde, vijfde,… – keer gaat lukken.

Standard
schrammenlogboek

schrammenlogboek 20210923

vannacht droomde ik over mijn triumph – niet de motor, noch de auto, maar mijn favoriete typmachine: een norm-6 van 1950 (serienummer 609906) van de duitse firma ‘triumph werke nürnberg a.g.’
een prachtig ding in schitterend groen met een dito craquelé-patroon op het deksel dat na 71 jaar nog helemaal volledig (inclusief originele handleidingen, poetsdoekjes en -borstels) en in prima conditie (ik liet haar onlangs volledig reviseren) is.
maar vannacht droomde ik dat ze (weer) helemaal vastgeroest was.
de hamertjes waren compleet geblokkeerd.
hoe hard ik ook op de toetsen ramde, er was geen beweging meer in te krijgen.
de symboliek van die droom is mij niet geheel onduidelijk.
bukowski wist het al: don’t try.

Standard
schrammenlogboek

schrammenlogboek 20210919

een minder productieve dag dan gisteren.
ongedurig wakker geworden en mezelf knel geschreven door teveel variaties van een zelfde gedicht na elkaar proberen te schrijven.
daardoor het overzicht volledig kwijt gespeeld.
en daardoor weer meneertje twijfel op mijn schouder.
om mij in te fluisteren dat ik eigenlijk helemaal niet kan schrijven, dat ik altijd weer hetzelfde truukje uit mijn mouw schud, dezelfde brol produceer,…
de gebruikelijke ongein.
gedicht parkeren en over enkele dagen met frisse ogen opnieuw naar kijken.
dadelijk de geest laten rusten en het lijf wat laten werken: met de fiets tot bij lief.

Standard
poëzie, schrammenlogboek

schrammenlogboek 20210918

gisteren een ouderwetse brief geschreven aan en gepost voor marcel obiak (°1936) – de man aan wiens eerste gedicht uit zijn bundel ‘suite’ ik de (werk)titel voor mijn volgende bundel te danken heb.
hem gevraagd of hij toevallig geen exemplaar van zijn debuut ‘kontrasten’ meer heeft dat hij aan mij wil verkopen – het is de enige titel die ik nergens kan vinden en nog niet in huis heb.
ook mijn ‘op de rand van het zwijgen’ meegestuurd. hem – vrijblijvend – gevraagd zijn mening per kerende brief te laten weten.

vandaag eindelijk nog es aan poëzie schrijven toegekomen.
nadat ik vanmorgen eerst twee keer met een bomvolle auto naar het containerpark was gereden – er staken nog een aantal oude, gedemonteerde kasten en bedden op de zolder – kon ik me deze namiddag voor het eerst sinds lang nog es op mijn gemak, zonder zonen in huis en zonder andere verplichtingen, achter de computer zetten.
gebreinstormd over en gewerkt aan de gedichten voor de expofoto van michael troffaes (zie ook hier).
het oorspronkelijke plan was om één gedicht te schrijven; het zullen er wellicht vijf worden – een voor elke component dat van belang is in het totaalbeeld.
een eerste gedicht werd voor het avondeten afgerond.
van een tweede ligt het fundament er ondertussen stevig bij.

straks eindelijk ook de e-mail van alexander konovaloff – een (oudere) Russische dichter/vertaler uit Holsbeek wiens zoon ik onlangs ontmoette – eens beantwoorden en polsen of hij zin heeft om gedichten van me naar het Russisch te vertalen.

nu eerst ff wat frisse lucht snuiven.

Standard
beeldend, cinquains, kajeedebroejoo, poëzie, potlood, viltstift

mercredis de merde – 5 cinquains

1.

dan danst
de man, de broer,
de pierrennaaier bij
het nieuws: namelijk niets is nieuws
of nieuw.

2.

dan zegt
ida schweinsteig,
hiermee is iedereen
het eens, hoe hij zichzelf verscheet
en zweeg.

3.

dan zit
de petomaan
zelfs tegen heug en meug
aan de tapkast, poedelnaakt,
en zingt.

4.

dan vreest
de man de klank
als de benige dood
die walmt tot in de eeuwigheid.
amen.

5.

dan weet
met zekerheid
de man dat niemendal
hem redden zal van comateus
gebral.

Standard
poetica

dixit nolens

veel van mijn gedichten blijven steken in de intentie. ik denk en ik voel nog te veel, in plaats van evidente bouwsels op te trekken met een anonieme rechterhand. slechts wanneer ik erin slaag om niemand te worden, ben ik van iedereen. dan heb ik mij hoog, breed en diep gemaakt, groot genoeg om mij te nestelen in de onoverzichtelijke kleinheid van een oog en een oor. ginder. ver. ooit.

het zeer precieze benoemen van de dingen voegt niet noodzakelijk iets toe aan het werkelijkheidsgehalte van het gedicht en werkt vaak zelfs storend. dat werkelijkheidsgehalte hangt veel meer af van de wijze waarop woorden en begrippen door hun klanken en betekenissen ritmisch op elkaar inspelen.

[leonard nolens – dagboek 19 maart 1983]

Standard